Als je diabetes hebt, leer je om je bloedsuiker (glucose) te regelen. Dit doe je door insuline toe te dienen met een insulinepen of een pomp. Om te controleren of je je bloedsuiker goed regelt, meet je zelf hoe hoog je bloedsuiker is. Dat doe je ongeveer 4 tot 5 keer per dag. Hoe je goed je bloedsuiker meet, leer je bij Vivendia. Je krijgt eigen spullen hiervoor.
Hoe werkt het meten van je bloedsuiker?
Je meet je bloedsuiker met een bloeddruppel uit je vinger. De bloeddruppel zuig je op met een glucosestrip in een glucosemeter. Na een aantal seconden zie je op de glucosemeter je glucosewaarde. Je weet dan of die waarde goed is of dat je misschien een hypo of een hyper hebt.
Zo meet je je bloedsuiker goed
Het meten van je bloedsuiker is een nauwkeurig werkje. Zo doe je het goed:
- Was je handen met (warm) water en zeep en droog ze goed af.
- Zorg voor een gevulde patroon met lancetten in de pen waarmee de bloeddruppel wordt gemaakt en dat er een nieuwe lancet klaarstaat (telt af vanaf 6).
- Steek een stripje in je glucosemeter.
- Gebruik de pen om de bloeddruppel te maken. Wil je afwisselen? Dan kan dat ook in je teen.
- Zie je een bloeddruppel? Dan zuig je die op met de strip in de meter.
- Na een paar seconden zie je op de meter je glucosewaarde.
- Ben je tevreden met deze waarde? Of moet je iets doen om je glucose te regelen, zoals insuline toedienen of iets eten?
- Als het patroon van lancetten leeg is, doe je die en de strip in een naaldencontainer.
Je bloedsuiker meten met een sensor
Je kunt je bloedsuiker ook meten met een glucosesensor. Je gebruikt dan een sensor die een klein draadje onder je huid heeft en met een pleister op je huid wordt vastgemaakt. Deze sensor meet de hele tijd jouw bloedsuikerwaarde. Je kunt jouw bloedsuiker bekijken met een scanner of met een app op jouw telefoon. Bespreek met je diabetesverpleegkundige wat voor jou de beste manier is om je bloedsuiker te meten.
Bekijk de Divi “Bloedglucose meten en insuline toedienen (voor kinderen)” voor meer informatie.